In dit onderdeel worden algemene instellingen ingegeven voor het voorraadbeheer.
Sla de instellingen op door op OK te klikken of op F4 te drukken. Het onderdeel wordt dan ook automatisch afgesloten. U verlaat het onderdeel zonder iets op te slaan met Annuleren of Esc.
Op deze pagina geeft u aan of u voorraadbeheer wilt gebruiken op uw artikelen en welke instellingen daar nog meer op van toepassing moeten zijn.
Voorraadbeheer: geeft aan of op (een gedeelte van) de artikelen voorraadbeheer wordt toegepast.
Reden van af/bijboeken invullen: geeft aan of bij het maken van losse voorraadmutaties de reden van af- en bijboeken moet worden ingevuld.
Retourzendingen: geeft aan of retourzendingen op een retourbon tot de voorraad moeten worden gerekend of niet. Is deze instelling geactiveerd dan worden openstaande retourzendingen van de voorraad afgetrokken, afgehandelde retourzendingen bij de voorraad opgeteld en, tenzij de retourzending als 'crediteren' gemarkeerd is, de aantallen nog niet geleverde retourzendingen bij het aantal 'in bestelling' opgeteld.
Leveranciervoorraden tonen: geeft aan of bij een artikel ook de voorraad van dat artikel bij iedere leverancier moet worden getoond in het tabblad 'Leveranciers' van artikel bekijken en bij de hintregel bij het vakje met de actuele voorraad.
Negatieve voorraden bij X-codes toegestaan: hiermee geeft u aan of het programma een waarschuwing of foutmelding moet geven wanneer een X-code op een verzendbon, factuur, reparatiebon of rekenbon wordt geplaatst en de voorraad hierdoor negatief dreigt te worden.
Bij negatieve voorraad na binnenboeken vragen om bijboeking: geeft aan of bij het verwerken van geleverde bestellingen in het onderdeel expeditie het programma voor ieder van de binnengeboekte artikelen moet controleren of de voorraad van het artikel negatief is en zo ja, vragen of er een automatische bijboeking op de voorraad van het artikel moet worden aangemaakt.
Voorraadperiode: geeft aan of bij artikelen een voorraadperiode kan worden vastgelegd; dit is de periode gedurende welke de voorraad van het artikel toereikend moet zijn om aan de verwachte vraag te kunnen voldoen. Bij het activeren van deze optie selecteert u de eenheid waarin de periode wordt uitgedrukt; dagen, weken of maanden. De optie is alleen beschikbaar in MySQL-bestandensets.
Afzetperiode bij artikelen: geeft aan of bij ieder artikel een eigen afzetperiode kan worden vastgelegd. Deze optie is alleen beschikbaar bij de optie 'Voorraadperiode'.
Beschikbare aantal configuraties: bepaalt of bij een artikelconfiguratie kan worden aangegeven dat bij de voorraadstatus van het hoofdartikel ook het beschikbare aantal samen te stellen stuks van de configuratie moet worden getoond. Dit beschikbare aantal wordt getoond in een apart, meest linkse vakje van de voorraadstatus en wordt bepaald aan de hand van de voorraden van de subartikelen. Of het beschikbare aantal ook daadwerkelijk moet worden bijgehouden en getoond geeft u per artikelconfiguratie aan met de instelling 'Beschikbare aantal'.
Activeert u deze optie, selecteer dan in de keuzelijst die verschijnt de gewenste voorraadsoort die moet worden gebruikt om de voorraadaantallen te bepalen van de subartikelen in een configuratie: de fysieke, vrije, effectieve of economische vooraad. Selecteert u tussentijds een andere voorraadsoort dan laat u met de knop Beschikbare aantallen bijwerken voor alle artikelconfiguraties de beschikbare aantallen van alle configuraties opnieuw berekenen voor de nieuwe voorraadsoort.
Standaard magazijnlokatie: de standaard magazijnlokatie. Deze lokatie wordt in de module Lokatievoorraden automatisch toegevoegd aan ieder artikel waarbij de optie 'Lokatievoorraden' wordt geactiveerd en waarbij nog geen lokatie is vastgelegd. In de module Meerdere filialen is deze lokatie de standaard magazijnlokatie voor het hoofdfiliaal.
Maximale periode tussen twee tellingen: de maximale periode (in dagen) tussen twee opeenvolgende voorraadtellingen van eenzelfde artikel. Indien de tussenliggende periode langer is dan deze periode, en de tweede telling is een ophoging, dan wordt deze tweede telling automatisch veranderd in een begintelling.
Controle op voldoende voorraad: selecteer hier de voorraadsoort die moet worden gebruikt bij het controleren of er sprake is van voldoende voorraad van een artikel op een bon. Deze instelling wordt ook toegepast om te bepalen of er voldoende voorraad is van de onderdelen in een stuklijst bij het samenstellen van het Assemblage-advies. De beschikbare voorraadsoorten zijn de fysieke voorraad, vrije voorraad, effectieve voorraad en economische voorraad.
Voorraadindicatie van bonregelaantal: selecteer hier de voorraadsoort die moet worden gebruikt om te bepalen of er voldoende of onvoldoende voorraad is van een artikelregel op offertes, orderbevestigingen, reparatiebonnen en assemblage-orders. Bij voldoende voorraad wordt het aantal getoond in groen, bij onvoldoende voorraad in rood. De beschikbare voorraadsoorten zijn de fysieke voorraad, vrije voorraad, effectieve voorraad en economische voorraad.
Voorraadaantallen tonen in: geeft aan hoe het voorraadaantal van een artikel moet worden getoond. Het programma houdt de voorraad weliswaar bij in basiseenheden, maar u kunt hier instellen dat bij het tonen van een voorraadaantal dit aantal moet worden omgerekend naar het aantal (verkoop)verpakkingseenheden of inkoopverpakkingseenheden. Bij het omrekenen wordt dan gebruik gemaakt van de (inkoop)verpakkingshoeveelheid zoals die is vastgelegd bij het betreffende artikel. Deze instelling is alleen beschikbaar wanneer u gebruik maakt van verpakkingshoeveelheden bij artikelen zoals ingesteld in artikelinstellingen.
Breedte van statusvakjes: de standaard breedte in pixels van de vakjes waarin de aantallen van de voorraadstatus van een artikel worden getoond, meestal rechtsboven in een venster of pagina.
Relatie: de sorteernaam van de relatie die dienst doet als 'bedrijf' voor bedrijfsreserveringen. U kunt hier ook het nummer opgeven van een relatie die een bepaalde bedrijfsafdeling voorstelt.
In voorraadbeheer: geef hier aan of ook bedrijfsreserveringen, dit zijn de artikelen die voorkomen op orderbevestigingen, reparatiebonnen en assemblage-orders van de hierboven vastgelegde relatie, moeten worden meegenomen in de reserveringen binnen het voorraadbeheer, of niet.
Met deze instelling geeft u aan hoe de voorraad van een artikel moet worden gewaardeerd, volgens één van de onderstaande methoden:
In dit kader geeft u de maskers op voor de hintregels die verschijnen wanneer u met de muisaanwijzer op het vakje 'backorders' gaat staan van de voorraadstatus bij een artikel. Er zijn een viertal van deze maskers, achtereenvolgens voor een bestelbonregel, losse bestelling, (losse) retourzending en het hoofdartikel op een assemblage-order. In ieder van de maskers kunt u gebruik maken van indicatoren om de positie van speciale gegevens aan te geven. Deze indicatoren worden hieronder gegeven.
In dit kader geeft u het masker op voor de hintregels die verschijnen wanneer u met de muisaanwijzer op het vakje 'ontvangsten' gaat staan van de voorraadstatus bij een artikel. De beschikbare indicatoren worden hieronder gegeven.
In dit kader geeft u de maskers op voor de hintregels die verschijnen wanneer u met de muisaanwijzer op het vakje 'reserveringen' gaat staan van de voorraadstatus bij een artikel. Er zijn drie van deze maskers: voor een orderregel, reparatieregel en assemblage-orderregel. Ook in deze maskers gebruikt u indicatoren om de positie van speciale gegevens aan te geven. De beschikbare indicatoren worden hieronder getoond.
In dit kader geeft u de maskers op voor de hintregels die verschijnen wanneer u met de muisaanwijzer op het vakje 'gepland' gaat staan van de voorraadstatus bij een artikel. Er zijn drie van deze maskers: voor een orderregel, reparatieregel en assemblage-orderregel. Ook in deze maskers gebruikt u indicatoren om de positie van speciale gegevens aan te geven. De beschikbare indicatoren worden hieronder getoond.
In dit kader geeft u de maskers op voor de hintregels die verschijnen wanneer u met de muisaanwijzer op het vakje 'gepickt' gaat staan van de voorraadstatus bij een artikel. Er zijn drie van deze maskers: voor een orderregel, reparatieregel en assemblage-orderregel. Ook in deze maskers gebruikt u indicatoren om de positie van speciale gegevens aan te geven. De beschikbare indicatoren worden hieronder getoond.
Hier geeft u de maskers op voor de hintregels die verschijnen wanneer u met de muisaanwijzer op één van de vakjes 'Nog te ontvangen van andere filialen' en 'Nog te verzenden naar andere filialen' van de voorraadstatus bij een artikel gaat staan. Er zijn drie van deze maskers: voor bestelbonregels, het assemblage-artikel op assemblage-orders en pakbonregels. De beschikbare indicatoren worden hieronder getoond.
Deze pagina is alleen beschikbaar in de module Meerdere filialen.
Hier stelt u algemene zaken in die betrekking hebben op de module.
Geef hier instellingen op voor het hoofdfiliaal. Leg de instellingen voor de overige filialen vast in Filialen.
Code: de filiaalcode die behoort bij het hoofdfiliaal. De naam van het hoofdfiliaal legt u vast als eigen benaming van 'Magazijn' in het onderdeel benamingen bewerken.
Soort: het soort filiaal, zoals kantoor, magazijn of winkel.
Kostenplaats: gebruikt u kostenplaatsen in Order-Direct, dan selecteert u hier de standaard kostenplaats bij het hoofdfiliaal. Met Lege kostenplaats bijwerken in alle bonnen
wijst u de geselecteerde kostenplaats toe aan alle bonnen van het hoofdfiliaal waaraan nog geen kostenplaats is toegewezen.
Heeft u gekozen voor aparte filiaalkleuren in de titelbalken van de programmavensters, selecteer dan hier de kleuren voor het hoofdfiliaal in. De kleuren voor de overige filialen selecteert u in Filialen.
Met deze instellingen geeft u aan dat alle bestellingen, onderdelen voor reparatiebonnen en/of onderdelen voor assemblage-orders in principe moeten worden binnengeboekt in (het magazijn van) het hoofdfiliaal. U kunt deze instelling naderhand wijzigen per bestelbon. Is deze instelling niet actief, dan worden de bestellingen binnengeboekt in het magazijn van het filiaal dat de bestelbon aanmaakt.
In de module Assemblages geeft u met deze instelling aan dat iedere assemblage in principe uitgevoerd wordt in het hoofdfiliaal en naderhand via een pakbon wordt verzonden naar het filiaal dat de assemblage-order heeft aangemaakt. Is deze instelling niet actief, dan wordt iedere assemblage-order in principe uitgevoerd op het filiaal dat de assemblage-order aanmaakt.
Omschrijving: hier geeft u aan hoe de algemene omschrijving van een filiaal is opgebouwd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van indicatoren om de positie van gegevens aan te geven. De volgende indicatoren worden ondersteund:
Gebruik tbv. wagenpark: activeer deze optie wanneer uw submagazijnen betrekking hebben op de voertuigen in het wagenpark in plaats van op filialen. Deze optie is alleen van invloed op het door het pakket te gebruiken icoon; met de afbeelding van een gebouw of van een wagen.
Eigen kleuren voor titelbalken: met deze instelling kunt u voor ieder filiaal een tweetal kleuren instellen. Deze kleuren worden gebruikt in de titelbalken van het scherm van ieder programmaonderdeel wanneer het bijbehorende filiaal actief is. De kleuren voor het centrale magazijn worden dan eveneens in dit onderdeel ingesteld. De kleuren voor de overige filialen geeft u op in filialen. Activeert u alle filialen, dan worden de kleuren gebruikt die zijn ingesteld per gebruiker in beeldinstellingen.